Naast het vereiste van een voorafgaande goedkeuring voordat een diergeneesmiddel op de markt mag worden gebracht (de registratie), regelt de wetgeving ook de distributie van diergeneesmiddelen. Er bestaat een zogenaamde kanalisatieregeling, die bepaalt of een diergeneesmiddel aan eindgebruikers op basis van een diergeneeskundig voorschrift (recept) van de dierenarts moet worden verstrekt en of aflevering dient plaats te vinden door de dierenarts of openbare apotheker, of ook door een houder van een afleververgunning in het vrije verkoopkanaal mag worden verkocht.
De wet kent 4 soorten kanalisatieregimes:
UDD: diergeneesmiddelen die alleen door de dierenarts zelf moeten worden verstrekt en toegediend;
UDA: diergeneesmiddelen die alleen op recept van een dierenarts mogen worden verstrekt en door de dierenarts zelf of door een openbare apotheker mogen worden afgeleverd;
URA: diergeneesmiddelen die alleen op recept van een dierenarts mogen worden verstrekt en door de dierenarts zelf, een openbare apotheker of een houder van een afleververgunning van gekanaliseerde middelen mogen worden afgeleverd;
VRIJ: diergeneesmiddelen die zonder recept mogen worden verstrekt en afgeleverd door de dierenarts, openbare apotheker of een houder van een afleververgunning.
De dierenarts is bevoegd om diergeneesmiddelen af te leveren aan eindgebruikers waarvoor hij ook het recept heeft voorgeschreven. Daarbij dient de dierenarts de diergeneeskundige normen van de Wet op de Uitoefening Diergeneeskunde in acht te nemen. De dierenarts staat daarbij onder toezicht van het Veterinair Tuchtcollege. Indien de dierenarts zelf aflevert, hoeft niet ook een recept te worden uitgeschreven; de administraties van de dierenarts en, indien van toepassing, van de dierhouder volstaan. Het is de dierenarts niet toegestaan te handelen in diergeneesmiddelen. Daarvoor dient de dierenarts een apothekers- of afleververgunning te hebben. De visie van de FIDIN inzake de noodzaak van een zorgvuldige diergeneesmiddelenhandel is verwoord in een position paper.
Het kanalisatieregime URA is ingevoerd op 26 september 2007 ter implementatie van Europese regelgeving inhoudende dat in beginsel alle diergeneesmiddelen, bestemd voor voedselproducerende dieren, onder de receptplicht van de dierenarts vallen. Daardoor zijn groepen diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren die voorheen VRIJ waren, receptplichtig geworden. Het betreft de volgende groepen:
- ontwormingsmiddelen;
- middelen tegen parasieten;
- middelen tegen schimmels;
- kalmeringsmiddelen;
- niet-steroïde pijn-, koorts- en ontstekingsremmers.
Met de introductie van het kanalisatieregime URA, zijn de regels rond het voorschrijven nader uitgewerkt. Een dierenarts dient een diergeneesmiddel op basis van zijn naam en registratienummer voor te schrijven voor een bepaald dier of bepaalde dieren en een bepaalde therapie en dient het recept te ondertekenen. In zijn algemeenheid mag het recept niet meer diergeneesmiddelen voorschrijven dan voor 1 maand gebruik, waarbij het recept voor een termijn van 2 weken na dagtekening geldig is. Alleen voor ontwormingsmiddelen, middelen tegen parasieten en schimmels en kalmeringsmiddelen is een uitzondering gemaakt. Deze diergeneesmiddelen mogen worden voorgeschreven voor een periode van één jaar. Indien een diergeneesmiddel door een ander dan de voorschrijvende dierenarts wordt afgeleverd, dient het recept daadwerkelijk te worden uitgeschreven en fysiek (een digitale kopie of fax volstaat niet) bij de afleveraar te worden ingeleverd.
De FIDIN acht het van belang dat voorschrijven en afleveren van identieke diergeneesmiddelen concurrentieneutraal plaatsvindt. Daarbij is van belang dat diergeneesmiddelen unieke registratienummers hebben en op registratienummer moet worden voorgeschreven en afgeleverd. Het is de afleveraar niet toegestaan te substitueren en een “identiek” diergeneesmiddel met een ander registratienummer dan het voorgeschreven diergeneesmiddel af te leveren. Ten behoeve van een “level-playing-field” heeft de FIDIN besloten een lijst op te stellen van diergeneesmiddelen met een identieke toelating (SPC). Op basis hiervan kunnen dierenartsen meerdere registratienummers van identieke diergeneesmiddelen op het recept vermelden of kunnen dierhouders hun dierenarts gericht vragen een bepaalde versie van een diergeneesmiddel voor te schrijven. De FIDIN heeft bij het opstellen van de lijst identieke middelen gebruik gemaakt van de informatie op de website van het Bureau Diergeneesmiddelen, maar kan niet instaan dat de lijst volledig is en blijft. De FIDIN zal pogen de lijst zo volledig mogelijk te houden en staat open voor input daarvoor. De lijst diergeneesmiddelen met identieke SPC treft u bijgaand aan.
Lijst identieke URA diergeneesmiddelen